oorlogsherinneringen van mijn opa: Willem jr. Metz

In deze bijdrage staan de oorlogsherinneringen van mijn opa; Willem jr. Metz beschreven, die toen zijn oorlogstijd in Haarlem doorbracht. Dit is een beknopte versie van al zijn oorlogsherinneringen.

Alle teksten zijn geschreven door Willem Metz.

"In het najaar van 1939 zou het in het kader van de oorlogs dreiging Haarlem een hele nacht verduisterd zijn. Gordijnen dicht, geen straatlantaarns. Dat was natuurlijk dolle pret. Iedereen op straat met zaklantaarns en fikkie stoken. Ik had er soort “kermis gevoel” bij. Toen de oorlog uitbrak was ik goed getraind. Nooit de deur zomaar van slot doen, nooit iets zeggen."

"Die eerste oorlogs morgen hoorde we al vroeg de ontploffingen van de bombardementen op Schiphol. De radio gaf informatie alsof we al gewonnen hadden. Iedereen liep doelloos en in paniek op straat. Soms kwamen er treinen langs met soldaten en wij maar zwaaien. Als er niet terug gezwaaid werd waren het krijgsgevangenen. We hadden op school (de Rijksleerschool) een kartonnen kaartje gekregen met onze gegevens, dat we moesten dragen en een vluchtadres waar we tijdens luchtalarm naar binnen moesten gaan, ik rende altijd naar huis. Tussen de middag ging ik altijd naar huis. We aten dan warm. Tijdens het eten hoorde we eens een angstaanjagend gefluit en een dreun. Weer terug naar school gaand zag ik dat er een buurtwinkel was veranderd in een rokende puinhoop, een blindganger van het luchtafweergeschut. Op 15 mei capituleerde Nederland en niet veel later rolde de eerste Duitse pantserwagens door de straten van Haarlem."

"Van de weduwe van een imker die mijn vader, voor de oorlog, leerde kennen kocht hij een aantal bijenvolken en begon een imkerij. Met alles wat hij aanpakte had hij succes, zo ook met de honing winnerij en wij zullen wel stellen dat ons de oorlog door geholpen heeft. Honing als betaal- en ruilmiddel voor voedsel. Heel in het begin van de oorlog moest vader stapeltjes ondergrondse krantjes rondbrengen. Dat blaadje heette “De Vonk”. De voorloper van “De Waarheid”. Ik moest dan 10 meter achter hem aan rijden om , als er iets mis ging, meteen een paar adressen te waarschuwen. Ik vond dat spannend, maar ik hoefde gelukkig nooit op te treden."


"Op een keer kwam ik thuis met mijn zakken vol gele vlaggetjes met een doodskop erop. Later vertelde iemand mij dat de Duitsers daar hun mijnenvelden mee markeerden. En wij maar links en rechts door de duinen lopen om die dingen te verzamelen!


Mijn vroegste herinneringen aan school zijn die van de kleuterschool op het Leidse plein. Door mijn moeder achtergelaten heb ik daar de eerste ochtend jankend door gebracht. In de oorlog werden er half verhongerde Russische krijgsgevangenen in onder gebracht. De buurt heeft toen de ruiten in gegooid en daarna brood en fruit door de ramen. De Duitse schildwachten deden niets."

"Tussen de Nieuwe St.Bavo kerk en de Westergracht lag een braak stukje grond dat mijn vader huurde om groente te verbouwen. Naast zijn stuk lag nog een stuk, gehuurd door een zeer gehate N.S.B politieman. Mijn vader kon goed met hem opschieten. Toen hij in 1941 een antiekzaak in ging om bij een Joodse eigenaar, de heer Gaarkeuken, pakken papier voor De Waarheid op te halen (zijn dochter Martha was bij ons ondergedoken) was de hele zaak vol met politie. Vader werd tegen de muur gezet. “Metz, wat kom jij hier doen?” “Ik zou een tafeltje kopen”zei pa. “Sodemieter op, het is hier levensgevaarlijk voor je”en zijn tuinbuurman pakte hem bij zijn schouder en duwde hem de winkel uit. Zo redde hij hem waarschijnlijk het leven. Ik hen nog nooit zo hard achter vader aan moeten fietsen. In 1944 werd deze man op de Westergracht door het verzet geliquedeerd. Even daarvoor was er op ons landje door de Duitsers een vluchtende man doodgeschoten. ’s nachts droomde ik over die grote plas bloed. Er werden op de Westergracht een aantal huizen in brand gestoken. "


"De Duitse ortskommandant was overigins een heel aardige man, die thuis zelf ook bijen hield. De bijenvereniging kreeg heel veel mederwerking als het om reizen naar de hei, de boomgaarden, de klaver, enz, ging (i.v.m. de voedselvoorziening) en de leden kregen van de Duitsers zelfs tabak! Op een keer lazerde er een bijenkast van onze wagen af op de Zijlweg, net toen een kolonne Duitse mariniers langs kwam. Ze hebben gerend voor hun leven, maar vader werd wel mee genomen. Gelukkig kwam hij met hulp van “onze” Ortskommandant ’s avonds weer vrij."


"Het was bij ons een komen en gaan van onderduikers, soms waren er zelfs Duitsers bij. Het langst bleef Hannie Schaft bij ons. Vier maanden denk ik. Hannie en een andere verzetsman werden vreselijk verliefd wat resulteerde in dagelijkse bezoekjes en wandelingetjes. Maar in zo’n buurd waar iedereen elkaar kende vond vader dit te veel opvallend worden. Toen hij er wat van zei werd het grote bonje en even later was ze verdwenen. Haar vriend werd dat zelfde jaar nog doodgeschoten en Hannie werd in 1945 gefussileerd."


"Op het landje voor ons huis werd luchtafweergeschut opgesteld. Dag en nacht vlogen eskaders over en af en toen regende het granaatscherven op het dak. Op een zondag stortte er een jager, bijna voor onze deur, op straat. Later in 1944 zaten we aan tafel gefassineerd te kijken naar de opsteigende en weg schietende V1’s en V2’s. Vaak trokken er legercorpsen langs ons huis naar het goederensttation. Eerst waren de tanks bruin geschilderd, later wit en nog later grijs. Als de tanks uit de koers raakten en de trottoirband raakte, sprongen er handgrote steen van af waar we later fossielen in zochten. De laatste oorlogs maanden was er gebrek aan alles. Geen lucifers, geen zout, geen schoenen, er was niets meer. Elke week bleef je zitten met hele rijen waardeloze bonnetjes tot dat ik op het idee kwam die bonnerjes met een scheermes en oost indische inkt te veranderen in broodbonnen. Mijn vriend verzamelde ook bonnetjes en bleef bij het inleveren bij de deur staan om een snelle aftocht mogelijk te maken. Was slechts één keer nodig."

"Toen de provincie Zeeland onder water stond (geinudeerd) wilden de Engelsen daar graag verslag van. Mijn vader is toen naar de ortskommandant gegaan en kreeg een verlofpas voor een bezoek aan de provincie Zeeland om te kijken of het iets voor de bijen was. Daar ging dan wel een deskundige naar toe (met pa’s papieren)."



 Uitreksel van de desbetreffende verlofpas. Bron: Genealogie van de fam Metz/Fam. dossier
 

 
 
"In de laatse winter waren er vooral “hout strooptochten” waar vader en ik ons mee bezig hielden. Daar zijn aan de duinrand heel wat bomen van eigenaar gewisseld. Dan volgde het eindeloos hakken en zagen tot kleine houtjes voor het miniatuur kacheltje. En ’s avonds , bij een spetterende waskaars of draaiend aan een omgekeerde fiets om wat dynamo licht te krijgen las vader voor, tot en met De scheepsjongens van Bontekoe aan toe. Iets anders was er ook niet te doen. Tenslotte werd het in de loop van 1945 vrede en gingen na de zomer de scholen weer van start."

Alle teksten zijn geschreven door Willem Metz.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

<>Vakantie vanaf Brussel Airport