Bij bezoek aan een concentratiekamp komt men diep onder de indruk. Men is er stil en bedrukt. Het lijden dat de gevangenen daar hebben moeten doorstaan, is voor iemand die het niet heeft meegemaakt onvoorstelbaar. En voor diegenen die het moesten ondergaan en er levend uit zijn gekomen omdat het wonderbaarlijke aan hun kant stond, is het zeer moeilijk om onder woorden te brengen wat zij er meemaakten. Toch heeft Jan Cools, na veertig jaar van stilzwijgen, gepoogd ons een idee te geven hoe het kampleven toen was. Jan Cools werd op 30 mei 1944 opgehaald samen met Jaak Vermeiren. Zij hadden er een voorgevoel van dat dit ging gebeuren maar doken toch niet onder omdat zij vreesden, en terecht, dat andere familieleden in hun plaats zouden meegenomen worden. Jan was toen 29 jaar (° 4.5.1915), gehuwd en had twee kinderen. Hij zou uiteindelijk in Blok 4 van het kamp Harzungen belanden, zijn nummer was 60040 H. Op een bepaalde dag in juni 1944, ik herinner mij de juiste datum niet meer, heerste in de gangen van de gevangenis in Antwerpen een ongewone drukte. Algauw vernamen we dat de geallieerde legers in Frankrijk waren geland. Dit feit was voor de celbewoners een geweldige morele opkikker en wakkerde de hoop aan op een spoedige bevrijding. |