“Plotseling stond er een Duitse soldaat met een geweer tegenover mij”

Hier het verhaal van Eindhovenaar Iwan Garay (1929) over zijnherinneringen aan WOII.

Iwan Garay tijdens de oorlogsjaren
in Eindhoven.








Dat de oorlog op 10 mei 1940 echt was begonnen bleek laat in de middag van die vrijdag. Een aantal mannen, enkel gekleed in ondergoed, kwam onze straatin. Het waren Nederlandse militairen die vanuit Weert naar Eindhoven waren gelopen en  hun uniformen en uitrusting hadden weggegooid. Bewoners van de Ganzenbloemstraat voorzagen ze van burgerkleding.

Echte Duitsers zagen we pas na de capitulatie. De nieuw gebouwde woningen aan de
Floralaan Oost werden gevorderd en de ruimte waar nu de fontein op het Floraplein staat, werd exercitieterrein. Wat voor ons kinderen in het begin op een spannend avontuur leek, veranderde al snel in een ellendige periode met gebrek aan voedsel en brandstof, een avondklok en radio’s die moesten worden ingeleverd.

Ook waren er veel aanplakbiljetten waarop stond wat niet mocht en wat de sancties waren op de overtreding. Vaak met een lijst van namen van personen die regels hadden overtreden en waren veroordeeld of zelfs geëxecuteerd.

Herinneringen
Twee gebeurtenissen staan nog steeds op mijn netvlies. Allereerst het met sneeuwballen bekogelen van een peloton Duitse militairen. Die marcheerden met het gehate hakkengekletter over de Leenderweg naar het sportfondsenbad. De discipline was bij hen zo groot dat ze niet reageerden. Tot na een paar dagen ik, we waren met tien jongens, plotseling van achteren werd beetgepakt door een aantal soldaten en met mijn gezicht zo hard in de sneeuw werd gedrukt dat ik dacht te stikken.


Feest vieren op de markt. Het saamhorigheidsgevoel van na de oorlog was grandioos. FOTO: RHCE

De tweede gebeurtenis had betrekking op Bevrijdingsdag. In de loop van de middag van de 18e september gonsde het van de berichten dat de Amerikanen Woensel hadden bevrijd en dat de Tommies (Engelse troepen) al in Aalst waren. Wij hoorden de hele ochtend uit die richting het gerommel van artillerievuur. In de loop van de middag ging dit over in het ratelende geluid van de Engelse Sherman tanks. Ondanks alle waarschuwingen wilde ik de bevrijders zien en liep door de bossen naar Eikenburg. Op het pad dat toen achter Eikenburg naar de Aalsterweg liep kreeg ik gezelschap van twee jongens die ook een jaar of 15 waren.

Vanuit dat pad keken we uit op de Aalsterweg waar we de tanks zagen rijden. Toen we er naar toe renden, kwamen we langs een verlaten Duitse stelling met een geweldig kanon. De grond er omheen was bezaaid met Duitse uitrusting. Ik vond zelfs een geweer. Toen ik het opraapte, kreeg ik de schrik van mijn leven: voor mij kwam uit een mangat een Duitse soldaat omhoog die zijn geweer op mij richtte. Gelukkig liet hij na een paar seconden zijn geweer vallen en stak hij beide armen omhoog. Hij had er duidelijk geen zin meer in en gaf zich over aan een snotneus van 15 jaar. Met zijn drieën wilden we de Duitser als krijgsgevangene overdragen aan de Engelse bevrijders. Echter vlak voor de Aalsterweg sprong een man in een blauwe overal met een oranje armband uit de struiken die ons toeschreeuwde waar we mee bezig waren.

Hij trok het geweer uit mijn handen en dreigde ons een flink pak slaag te geven als we niet maakten dat we weg kwamen. Toen ik thuis kwam, waren mijn ouders in alle staten. Ze waren doodsbang dat mij wat was overkomen. Het betekende dat ik in een paar minuten van een triomfantelijke overwinnaar was gedegradeerd tot een schooljongen die voor straf naar boven werd gestuurd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

<>Vakantie vanaf Brussel Airport