"Niet alle Duitsers waren slecht"

Als meisje van elf en half jaar was ik het oudste kind van het gezin. Mijn vader was Bart Derksen, en mijn moeder Leida de Haan. Er waren nog zes andere kinderen vijf broers en een zus. Geert de jongste als nummer zeven is in het opvoedings huis in Harreveld geboren , tijdens de evacuatie.


Maar ja, ik wil beginnen bij mijn herinneringen. Dat wij uit huis moesten vertrekken, kwam door het oorlogsgeweld dat over ons huis werd uitgestort. De vuurgevechten over en weer, de kogels en granaten vlogen om ons heen. Zorgde dat we moesten wegvluchten uit ons ouderlijke huis, om dat het te gevaarlijk was geworden.

We kwamen in de kelders onder de oude school terecht, met tientallen gezinnen uit Leuth. Dat was aan het eind van oktober 1944, toen wij in deze school werden opgevangen. De familie Hoens de plaatselijke onderwijzers, het hele gezin was leraar of lerares, behalve een zoon die wilde niet voor de klas staan. Zij stonden als leraren en leraressen in hoog aanzien bij de bevolking van Leuth, vooral voor meester Hoens waren de meeste kinderen en ouders bang, want hij was ontzettend streng.

De kelder bestond uit twee keldergewelfen. De familie Hoens wilde privé verblijven in een van de kelders, want dat waren ze volgens hun stand verplicht. De andere zo ongeveer 56 personen, werden in de andere kelder ondergebracht. Dat was het verschil dat gemaakt werd voor de zogenaamd beter gesitueerde. Na zes weken was er van de school niets meer over dan de keldergewelfen onder de grond. Van de kelder ruimte waar de familie Hoens was ondergebracht was en stuk van het betonnen gewelf naar beneden gekomen, of er iemand gewond was weet ik niet meer. In die zes weken waren er ook al twee meisje aan difterie gestorven.

Mijn vader ging 's morgens met de geen die ook durfde, op fietsen met carbidlampen er op uit om koeien te gaan melken bij de boeren, dan kregen ze emmers met melk mee naar de school.

Ook werden er groente en aardappelen, en bij nootslachtingen vlees opgehaald. Deze nootslachtingen werden gedaan op het vee dat was aangeschoten in het gevechts gebied.

Eind december was de boel zo in elkaar geschoten, dat iedereen moest evacueren. Mijn moeder was in verwachting van Geert en liep op het laatst, en kon bijna niet meer op de been blijven. Hoewel we geen honger hadden, lag de ondervoeding constant op de loer. Voorral voor mijn moeder die op het laatst liep, en ook de kleine kinderen. Of daar bonnen uit de distributiekaarten voor nodig waren voor het vlees en de groente weet ik niet meer.

Als pap geen groente of andere etenswaren had ging hij naar ons huis om zuurkool of snijbonen uit de pot, en aardappels te halen. Als hij terug kwam werd er in een wasketel of wekketel eten gekookt, voor de hele groep. Soms als er peterolie was werd er op grote branders gekookt, en voor licht werden kaarsen gebrand. Ik heb nu nog een hekel aan kaarsen stoken, vanwege die tijd.

Voor zijn fiets met carbidlamp zorgde hij zeer goed, want dat was zijn levenslijn voor die tijd. Voor mijn moederen en zijn kinderen zorgde hij prima, er was een legerarts ingekwartierd in de buurt, die soms bij mijn moeder kwam kijken hoe het ging. Maar das was al spoedig te gevaarlijk. Mijn moeder had manchester broekjes en truitjes en andere kleertjes gewassen en op een lijntje gehangen. Pap ging het 's avonds van de lijn halen, maar het was allemaal aan flarden geschoten er was niets meer van over.

Na 6 weken onder de St. Jozefschool moesten we gaan evacueren omdat de kelders en de huizen die nog overeind stonden, vol liepen met water. Na het oorlogsgeweld kwam het water de mensen verjagen. We verlieten Leuth in de richting van Millingen a/d Rijn te voet, met je hele hebben en houden, daar moest men met de pont overgezet worden.
Met constant vuurwerk van de V1 en V2 moesten we vaak plat op de grond gaan liggen, en hopen dat hij door vloog, want als de motor er mee ophield was het pas echt gevaarlijk. Voor we vertrokken had pap een kinderwagen vol met kleertjes, en luiers voor de opkomst zijnde kleine volgeladen , en ook een met aardappels en groente. Wij kwamen lopend in Doetinchem aan en werden in de veilinghal ondergebracht, daar was voor iedereen met planken een hok gemaakt om te slapen.

Binnen een dag waren de baby kleertjes al gestolen, en hadden we niets meer voor de kleine. We wisten wel wie het had gedaan, want hun kinderen hadden die kleertjes aan, maar we hebben ze nooit meer terug gehad.

Etenswaren kon je niet klaarmaken, wantje had niets om op te koken. We zijn op een gegeven moment ook onze ouders kwijtgeraakt, toen we in verschillende treinen werden gezet en drie dagen in verschillende wagons werden vervoerd.
We weten niet hoe het kon, maar mijn oudste broer Bart en ik zijn in die dagen samen overgebleven, zonder onze ouders en andere broertjes en zusje. Eten konden we in een gaarkeuken halen, we gingen ook wel eens twee keer want we hadden honger.

Na drie dagen werden we door pap weer gevonden, en moesten we meteen langs een kapper want we zaten onder de luis dat was niet zo vreemd met zoveel mensen die opeen hoop zaten. Dus allemaal een kale kop en ik had zo'n mooi lang haar, dat was dikke tranen huilen. Pap ging op weg om iedereen onderdak te krijgen.

Zo kwamen zij in Zieuwend terecht bij een familie Beerten, die Moe en Toos gastvrij opnamen. Pap en Jan kwamen een paar huizen van hen vandaan, bij de familie Schrier terecht. Wim en Nol werden eerst bij de familie Schimmel In het bosje ondergebracht, in een heel klein huisje. Daar zaten al veel evacués, onderduikers, en joden ondergebracht. Deze mensen hadden een hart van goud, en ze zorgde goed voor al deze mensen, die leefde onder het bos in holen en gangen. Wim en Nol zagen er niet uit, maar dat kon ook niet anders want ze leefde onder de grond bij de andere mensen.

Later werden Wim en Jan werden bij Hulshof-Haverkamp ondergebracht, omdat het bij Schimmel te gevaarlijk was geworden omdat alle kleine kinderen overal rond liepen. Mijn broer Bart kwam bij de familie Domhof in Lichtenvoorde terecht, toen moest pap mij nog onderbrengen. Ik kwam in Achter-Zieuwend terecht nu heet het Marienvelde, ze waren nu allemaal onderdak gebracht ik als laatste bij de familie Rietberg. Wij zijn allemaal omstreeks 15-12-1944 gekomen op deze plaatsen en in gastvrijheid met liefde opgenomen in deze gezinnen.

De geboorte van mijn broer Geert.

Mijn moeder had al veel meegemaakt, nu ook de bevalling nog. Hij werd geboren in Harreveld in het opvoedingshuis voor moeilijke kinderen, dat dienst deed als kraamkliniek in die tijd. Mijn broer Geert is en blijft een gevoelig jongetje, hij lag in een veilingkistje met stro en luiers er op als het kindje Jezus en toen ze er hem uithaalde zat hij vol met splinters.

En iemand vroeg aan mijn moeder ze was altijd vrolijk wat heb je gegeten van middag. In dat tehuis verzorgde broeders alles voor die kinderen dus ook voor de moeders. Nou zei ze volgens mijn idee zijn die broeders erg verkouden want de erwtensoep was net slot zo slijmerig.

Geert kwam met Moe weer mee naar de familie Beerten, die hadden drie meisjes en de zeven jongens waren allemaal net voor of na de bevalling overleden. Blij met een levend jongetje, want hij hete het zelfde als vader Beerten. Wilde ze hem na de geboorte graag houden, want wij hadden toch genoeg jongens, maar daar trapte mijn vader niet in. Het gezin waar ik was ondergebracht hete Rietberg, het bestond uit vader moeder en vier kinderen waarvan een meisje als was overleden, de ander drie hete Bernard, Drika en Antoon. Ik was zogenaamd het eerste kind van de tweede moeder, zo was op de distributiekaart vermeld.

Ik heette toen ook zo, die moeder heeft nog zeven kinderen gekregen, voor ze zelf is overleden. Bij razzia's gingen we naar de schuilkelder, maar dan stond je dikwijls tot de nek in het water, zo hoog was de waterstand soms. Ze hadden ook nog een gezin wat ze van eten en melk voorzagen en alles wat ze verder nodig hadden. Ze hadden een bedstee waar ik achter in moest liggen zodat ik er niet uit kon vallen, en je kon door een klein raampje kijken of alles veilig was, en er geen gevaar dreigde. Want behalve mij hadden ze ook nog Duitsers te slapen, te eten en je weet wel hoe dat ging ze werden gewoon ingekwartierd daar had je niets tegen in te brengen.

Ik moest met Drika mee helpen, ze deed of het mijn moeder was die lieve schat, en Antoontje was net een broertje een jaar of wat ouder was hij. Als ik niet hoefde te helpen dan waren wij fietsen, ballenen andere leuke dingen aan het doen. Ze hete Rietberg met hun naam maar als je hun bijnaam Huuskes niet noemde kende men ze niet.

Een vervelende dag.

Een van die ingekwartierde Duitsers kreeg bericht van het thuisfront, dat hij vader was geworden. Daarom mocht hij met verlof er naar huis toe, Antoontje en ik liepen met hem over het pad naar de straat om hem uit te zwaaien, dus maar niet dus. Aan de straat stond een controle ze vroegen naar zijn Ausweis omdat hij in burger liep, hij nam ze en wilde ze geven. Maar toen werd hij in ons bijzijn doodgeschoten zomaar tussen ons in, wij als twee kleine kinderen hebben dat nooit meer kunnen vergeten ik hoef ook nooit een oorlogsfilm te zien.

Niet alle Duitsers waren slecht en zeker deze niet, maar hij werd ook maar gedwongen vrouw en kinderen te verlaten om oorlog te voeren in een vreemd land en zo kwam hij in Marienvelde om het leven. Kort erop werd mijn vader en vader Beerten 's nachts van bed gelicht, met de geweerkolven op het hoofd geslagen, het huis uit geslagen en door de Gestapo afgevoerd naar Duitsland.

Ze werden drie dagen en nachten vastgehouden door de Gestapo, want ze hadden zich niet gemeld voor de te werkstelling in Duitsland. Vader Beerten werd vrijgesteld, omdat hij een bedrijf had een soort boerenbond, maar ons pap werd tewerkgesteld in Vught hij moest loopgraven graven.

Dus kwam ons pap iedere dag langs ons op gefietst, je kon hem niet missen want de houten wielen bekleed met stukken autoband maakte zoveel lawaai, dat je hem al ver van te voren hoorde aankomen. Als ik even vrij was ging ik naar mijn ouders, en de rest van mijn familie die overal verspreidt zaten op bezoek. Op een keer moest ik ze uitnodigen voor mijnplechtige communie en vormsel, bij de familie Rietberg.

Of mijn ouders daar van te voren van op de hoogte waren weet ik niet omdat ik ingeschreven stond als Rietberg, ik kreeg een mooie jurk aan. Het was een mooie dag, ik kreeg presentjes van hun, en een porseleinen Mariabeeldje uit de glazen beeldenkast. Een porseleinen Maria ze hebben er al dikwijls geld voor geboden, maar hij is niet te koop want het is een dierbaar aandenken aan de familie Rietberg.

Terugkeer naar huis in Leuth.

Wij gaan naar huis met zijn allen op een platte wagen met wat er nog van kleren en eten over was, met een baby van vijf maanden en een geitenbok die het kind en iedereen uit de slaap hield.

Dat was een gemeen ding hij stootte ons elke keer ondersteboven, als we hem ergens moesten vastzetten aan een paal om hem te laten grazen lag je zo ondersteboven op de grond.

Bij thuiskomst ons huis stond er nog, was het een grote bende. Onze kokosmatten lagen dat zagen we later pas bij een ander in huis, mijn moeder had toen we weggingen nog snijbonen, zuurkool en andijvie in potten in de kelder staan ook wekflessen met kersen en breekboontjes enz enz.

Maar de soldaten, of iemand anders hadden de wekflessen opengetrokken en over de inmaakpotten met zuurkool, snijbonen en andijvie gegooid dus was alles bedorven.

Familie Rietberg Huuskes - Familie Domhof - Familie Huishof Haverkamp - Familie Schróer - Café Familie Beerten Mulder - Familie Schimmel

Allemaal bedankt voor jullie gastvrijheid, liefde en alles.

Diny Langens Derksen

1 opmerking:

Een reactie plaatsen

<>Vakantie vanaf Brussel Airport