Het leven na de oorlog......

Wat gaat Piet na de oorlog doen om in zijn levensonderhoud te voorzien:

Folkert de Leeuw.
Eind 1945 of begin 1946, werkt Folkert de Leeuw, als wever in de textielfabriek van Van Heek te Enschede, afdeling Kremersmaten. Hij werkt daar in de ploegendienst. Er was een "nieuwe" bij hem in de ploeg gekomen. Iedereen doet gewoon z'n werk, af en toe een praatje, maar dan valt het Folkert op, dat de "nieuwe", die zich Piet noemt,  zo maar in gesprek is met de zoon van de fabrikant, genaamd Ernst. Dit valt de overige wevers ook op, omdat Ernst nooit met een "gewone" wever in gesprek gaat, wanneer hij zijn ronde tussen de getouwen doet. Dat is te min voor hem.


Folkert maakt een opmerking tegenover de andere wevers: "Wat heeft Piet voor bijzonders, dat Ernst met hem praat?".
Iemand zegt dan tegen Folkert: "Weet je niet wie dat is? Dat is Piet uit het verzet. "Blonde Piet!"
Folkert gelooft het niet en vraagt zich af wat die man, over wie men in de oorlog en daarna zoveel had gehoord als "Blonde Piet", hier dan in de weverij te zoeken heeft.

Kort daarop komt Folkert met Piet ingesprek en het blijkt hem nu dat wat de anderen hem vertelden, klopte. Dit is de "Blonde Piet".
Folkert:

"We kregen nadien een goed contact met elkaar en bezochten elkaar ook af en toe thuis. Ook begint Piet af en toe iets over de oorlogstijd aan Folkert te vertellen....
De manier warop Piet zaken tegen Folkert vertelde, zoals de overval op het Huis van Bewaring in Arnhem, deed Piet zo simpel af, dat een ander zou geloven, dat Piet er zelf niet bij is geweest."

Piet heeft het niet meer naar zijn zin in Nederland en wil met zijn vrouw Annie emigreren naar Zuid-Afrika. Hij vraagt of Folkert en zijn vrouw niet mee willen.  Het is voor anderen moeilijk om Piet overal in te volgen, want hij heeft soms de wildste plannen, zo wil hij in Zuid-Afrika, het afwasmiddel "Abro" produceren. Hij heeft daarvoor al het recept in handen. Alleen nog de fabriek op poten zetten en het kan beginnen. Het ging zover dat ze zich in Utrecht medisch hebben laten keuren, maar daarna was het plan weer voorbij en ging het weven gewoon weer door.

Het vreemde is dat zijn vroegere N.B.S. commandant, Ben ter Kuile, aan Piet nog een functie in zijn fabriek heeft aangeboden als afdelingschef. Dit weigerde hij. Mogelijk heeft dit te maken met de eerder genoemde zaak Nierkens, waarin zijn verklaring m.b.t. de toestemming voor liquidatie, lijnrecht tegenover die van Piet staat en tevens dat hij niets van de leiding van de NBS gehoord had over de komst van Prins Bernhard. Hij heeft zich er nimmer over uitgelaten en daarom zullen we het nooit weten.
Iedereen om hem heen begint weer met het dagelijkse leven. De blik vooruit, geld verdienen carriere maken.
Voor Piet is het alsof de wereld stilstaat en hij net zo ver is als in 1938, voor zijn diensttijd toen hij ook als wever werkte. Hij werkt nu voor de fabrikant waar hij in de oorlog samen met Annie ondergedoken heeft gezeten.

Toen Folkert de opleiding als touwbaas ging doen, verliet hij de ploeg B, waar o.a. Piet en Folkert deel vanuit maakten. Piet zorgde voor een poster, met daar achterop de namen van de mensen uit ploeg "B"
 
De poster voor- en achterzijde die Piet aan Folkert de Leeuw schonk tijdens zijn afscheid.

De tekst op de achterzijde luidt:
"B.ploeg, Afdeling Kremersmaten" verder de namen: P.Alberts, B.Haverkate, J.Koler, B.Nijland, J.Pleijsier, F.B.Oosterveld, J. Schurink, J. Schonewille, P.Vinerius.

In deze periode komen ook weer de oude streken van Piet boven. Zo smeerde hij bij een ander de startknop van het getouw vol met vet. De persoon, die dan startte had de handen vol met vet.
Ook plakte hij eens een papieren zakje met talgpoeder onder aan de band, die het getouw aandreef. Toen het getouw gestart werd, was de man bij het getouw opeens helemaal wit.

Folkert: "Hij was zo vaak met wat anders bezig dan met zijn werk. Ik zei eens tegen hem: "Piet, as ie so werkt, hej an het end van de wèke geen geld in'n toet'n!"
Piet antwoordde: Dat maakt mij niets uit, dan eet ik wel bij jou".
Folkert stopt even met praten en denkt na....dan zegt hij: "Het is allemaal zo lang geleden.......Ik begrijp het nog niet. Die man had in die tijd beter verdiend....Zo gaan ze nu met zulke mensen om..........".

Een krantenknipsel, in een album van Piet en Annie, dat meer zegt over hun gevoelens na de oorlog, dan op paier te beschrijven is........
 
Nog even mevrouw Vissers - Vreeling (de weduwe van Dirk Kloos), die een eerlijk beeld van Piet schept, maar tevens daarmee aantoont dat er een verschil was, tussen de mensen met succes na de oorlog en de z.g. "losers".

"Je wilt de waarheid over Piet horen?
Ik hoop dat je me het niet kwalijk neemt wat ik nu zeg........Je vader deed zoals gezegd in de oorlog dingen, die een ander niet zou doen.
Na de oorlog dacht hij dat alles vanzelf zou gaan. De fabrikanten hebben hem banen aangeboden. Met name Ben ter Kuile wilde hem in de fabriek afdelingschef maken......Na de oorlog wist men eigenlijk niet wat ze met Piet aan moesten.
Ook werd hem aangeraden, een opleiding te volgen. Dan zou hij meer kansen hebben, maar dat wilde hij niet".

Piet bij de politie:
Begin 1947, gaat Piet zijn geluk zoeken bij de politie. De toen 16 jarige Theun van de Meer hierover:
"Piet was bij de politie, toen ik hem leerde kennen. Dit was in de maand maart 1947 t/m augustus 1948. Hij was een onrustig persoon en beslist geen uniform-man.
Wanneer hij thuis kwam, was het eerste wat hij deed, zijn uniform uit. Hij voelde zich dan direct een ander mens. Hij wilde graag rechercheur worden, maar in die tijd moest je eerst nogal wat dienstjaren hebben.
Piet had na de oorlog nogal moeite met de veroordelingen die plaatsvonden. Hij had een uitgesproken mening;                                                                                           "zij die in de oorlog fout waren, moeten gestraft worden!"
Aan de andere kant had hij medelijden met de kinderen van de "foute" mensen, die het veelal moesten ontgelden.
Piet zei dan:
"Die kinderen kunnen er niets aan doen dat hun ouder "fout" waren!"
Dit blijkt ook wel uit het feit dat een meisje genaamd "Ankie", dat in 1931 geboren werd, in het gezin van Piet werd opgenomen. Zij was de dochter van "foute ouders", die gevangen zaten. Hij had een sterk gevoel van rechtvaardigheid".

Ook het beroep van politieman blijkt niets voor hem te zijn. Het vak rechercheur boeit hem dus wel, maar jaren in uniform lopen is niets voor hem. Hij vertelde zelf eens over deze tijd:
"Ik was al een tijdje bij de politie, toen ik bij mijn chef moest komen. Ik had in al die tijd, nog nooit een proces-verbaal gemaakt. Ik zei toen: "Ik ben bij de politie om mensen te helpen en niet om ze geld uit de zak te kloppen!"

Later vroeg hij nog eens hoe lang het nog duurde voordat hij rechercheur kon worden. Toen hij te horen kreeg dat dat zomaar niet ging, heeft hij letterlijk en figuurlijk "zijn pet aan de kapstok gehangen".

Rechtzaken tegen landgenoten:
Dan beginnen ook de rechtzaken tegen de N.S.B.'ers. Dagelijks kun je wel een paar zaken in de krant lezen.
Eén persoon springt er uit, omdat deze in het verzet nog met Piet heeft samengewerkt, de eerder genoemde Wim Wijtman.
Op 12 juni 1946, moet hij zich verantwoorden voor het in militaire dienst treden bij de Duitsers. In het Hengelo's dagblad, staat de volgende dag een artikel over hem, kort samengevat:
Aanhef: "Enschedese Knokploegleider was S.S.'er geweest."
Eén van de belangrijke mannen van de Knokploeg uit Enschede, afkomstig uit Wormer, de 31 jarige onderwijzer W.A.J. Ditmars, die in Enschede, onder de schuilnaam Wim Wijtman, uitstekend en belangrijk illegaal werk heeft verzet in de laatste helf van 1944, stond gistermorgen voor het Amsterdams Bijzonder Gerechtshof terecht, onder beschuldiging in juli 1942, dienst genomen te hebben in het legioen Nederland. Het bleek dat hij in 1941 lid was geworden van de N.S.B. en met het legioen Nederland, in de winter 1942 - 1943 daarmede naar het Oostfront was vertrokken.

De verdediger had als getuige décharge een lange rij van Enschedese illegale strijders opgeroepen, die allen zeer gunstige verklaringen over hem aflegden, hoewel zij natuurlijk deze onderwijzer in het begin met groot wantrouwen hadden ontvangen.

De vraag deed zich voor om welke reden Ditmars zo plotseling van politieke overtuiging was veranderd. Hij zelf zei slechts lid te zijn geworden van de N.S.B. omdat hij daardoor gemakkelijker een baantje kon krijgen. In Duitsland waren hem al zeer gauw de schellen van de ogen gevallen en toen hij met verlof, in de zomer van 1943, was teruggekomen in Nederland, wenste hij niet verder met de Duitsers samen te werken. Na enkele vergeefse pogingen was hij er toen in geslaagd met de ondergrondse beweging in contact te komen en was tenslotte één der belangrijkste werkers van de Knokploeg te Enschede geworden.

Met grote aarzeling benaderde de advocaat-fiscaal vervolgens de noodzaak tot het stellen van een eis, temeer daar de meningen over de mate waarin.........niet te lezen......tenslotte 5 jaar gevangenisstraf met aftrek van de tijd van voorarrest en met de ontzetting voor het leven uit alle openbare ambten en de beide kiesrechten.


Bezoek Koningin Wilhelmina aan Enschede:
Op 9 augustus 1946, brengt koningin Wilhelmina een bezoek aan Enschede en ontmoet personen uit de illegaliteit, respectievelijk hun nabestaanden, alsmede vertegenwoordigers uit de industrie en vakorganisaties.

Krijgsraad te Velde in Almelo:
Dan vindt eind juli 1946, in Almelo een zitting van de Krijgsraad te Velde, in het gerechtsgebouw te Almelo plaats, contra, de verzetslieden die betrokken waren bij de liquidatie van vader en zoon Nierkens. Allen werde vrijgesproken van de tenlastelegging.

Rechtzaak tegen politieman De Groot:
Op donderdag 24 april 1947, vind een rechtzaak plaats tegen de politie man Keimpke de Groot, die o.a. bevriend was met vader Nierkens. Tegen hem wordt 15 jaar gevangenisstraf met aftrek geeist, i.v.m. medeplichtigheid aan het opsporen en vastnemen van Joden.

Geboorte 1e kind Annie en Piet:
Op 26 oktober 1948, wordt het eerste kind van Annie en Piet geboren. Hij krijgt de namen van de twee omgekomen verzetsvrienden van Piet, genaamd Geert en Johannes.

Oprichting eigen zaak:
Piet doet dan bij de kamer van koophandel een verzoek tot vestiging als bedrijf in verkoop van textiel. Hij krijgt lange tijd niets te horen en dan wordt hem de vraag gesteld of hij de noodzakelijke diploma's heeft. Met deze vraag doet Piet niets en gaat op zijn "eigen wijze" aan de slag:
Hoe Piet hij er dan toe komt is niet duidelijk; hij heeft in Enschede immers veel contacten en vindt overal open deuren; schrijft hij een brief naar de  heer W.J. Koenen te Winterswijk met het verzoek iets voor hem te betekenen bij de Kamer van Koophanel in Hengelo(O).
Wie is deze Koenen? Het betreft hier:
Wilhelmus Johannes Koenen,geboren te Mierlo, op 13-9-1920, electrotechnieker, wonende te Winterswijk, Zonnebrink 27, die door de KP uit het Huis van Bewaring in Zutphen werd bevrijd.
Piet krijgt dan een brief terug van de vader van deze Coenen:
 
Links het antwoord van de heer Koenen aan Piet en rechts de aanbevelende brief die hij schreef naar de Kamer van Koophandel te Hengelo (O).

De brief, die Piet van de heer Koenen als antwoord kreeg, zit vol tragiek. Hieronder de tekst:

Winterswijk, februari 1949.
Geachte heer:
Uw geeerd schrijven van de 19e dezer ontvangen, doch ik moet u mededelen dat mijn zoon W.J. op 5 sept. '44 te Vught werd gefusilleerd.
Doch namens hem zal ik echter zo vrij zijn aan uw verzoek te voldoen en de Kamer van Koophandel dringend verzoeken tot afgifte van een dergelijk bewijs.
Indien een afwijzend antwoord wordt ontvangen, raad ik U aan, een degelijk verzoek te richten tot Prins Berhard.
Met beleefde groeten: Uw Dw.

P.s. een afschrift van mijn schrijven aan de Kamer van Koophandel gaat hierbij.


Behalve de heer Koenen onderneemt ook de heer H. Hendriksen actie om Piet aan de door hem begeerde vestigingsvergunning te helpen. De heer Hendriksen neemt contact op met de heer Ackerstaff. Het gaat hier om:
Martinus Jan Ackerstaf, geboren 1 juli 1890, te Deventer, wonende te Dieren.
Hij was één van de 54 bevrijde gevangenen uit het Huis van Bewaring te Arnhem.

Uiteindelijk wordt dan in augustus 1949 een oplossing gevonden en wordt het navolgende bedrijf bij de Kamer van Koophandel te Hengelo (O) ingeschreven:

Handelsnaam waaronder de zaak gedreven wordt: Confectiefabriek ALBO.
Naam van de venootschap:                                        Confectiefabriek ALBO

Soort van bedrijf, dat wordt uitgeoefend:              confectiefabriek.              Adres van vestiging:                                                  Roomweg 4b te Enschede.
Tijdstip aanvang vennootschap:                                 1 juli 1949

Personalia vennoot 1:
Gijs Hendrik Willem te Borg, geboren 22 oktober 1895, te Enschede, adres Lombokstraat 22 te Enschede.
Personalia vennoot 2:
Pieter Alberts, geboren, 5 juli 1918, te Emmen, wonende te Enschede, Schouwinkstraat 42.

Geboorte 2 kind:
Op 22 maart 1950, wordt het tweede kind geboren, een jongetje, genaamd Steven Jan, vernoemd naar zijn opa, Steven Kroes en mogelijk naar de opa van Piet, genaamd Jan Alberts.



Annie en Piet met hun kinderen Gejo en Steef, eind 1950.

Geboorte 3e kind:
Op 26 mei 1951, word andermaal een zoontje geboren, genaamd Hans Peter Johan.


V.l.n.r. Hans, Steef en Gejo.


Ziekte verschijnselen:
In de periode dat Piet en Annie alles een beetje op een rij krijgen en gelukkig zijn met hun drie kinderen, terwijl herinneringen aan de verschrikkingen van de oorlog, ook steeds minder worden, bemerkt Piet op een dag, onderweg in zijn auto, dat hij alles dubbel ziet. Bij zijn thuiskomst kan hij aan Annie nauwelijks de symptomen omschrijven.
Hij besluit naar zijn huisarts, dr. Gezelschap te gaan. Deze deelt Piet mede dat het mogelijk de gevolgen zijn, van de spanningen die hij in de oorlog heeft ondervonden. Maar voor de zekerheid wordt Piet toch even doorgestuurd naar het ziekenhuis.


Uit dit onderzoek komt niets bijzonders naar voren en komen de artsen in het ziekenhuis tot dezelfde conclusie als de huisarts:                                          "Spanningen als gevolg van de oorlog"
Onzeker, maar toch blij dat het niets ernstigs is, gaan Piet en Annie weer naar huis. Het dubbelzien trekt langzaam weg en het leven gaat weer z'n gang.
Piet en Annie worden er toch niet geruster op, wanneer Piet ook nog coördinatieproblemen krijgt. Annie stelt Piet gerust: Piet, maak je niet ongerust. Je weet wat je allemaal hebt meegemaakt. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.!"


Piet wordt geflest:
Dan ontdekt Piet in de zomer van 1952, dat zijn vennoot Ter Borg, hem financieel geflest heeft. Er is bijna niets van de opgebouwde winst over. Ter Borg leefde in weelde van de gemaakte winsten, terwijl Piet tot dan te goedgelovig was om in te zien dat er zakelijk iets niet goed liep.
Piet confronteert Ter Borg met de gang van zaken en deze treedt, om verdere moeilijkheden te voorkomen, uit de vennootschap. Bij de Kamer van Koophandel is dit officieel geschreven, op 16 augustus 1952.


Piet is alleen eigenaar:
Piet is dan alleen eigenaar van de confectie, die dan gevestigd is aan de walhofstraat 17B te Enschede.


Op advies van derden besluit hij zijn bedrijf te veranderen in een N.V. Dit is niet zo eenvoudig voor elkaar te krijgen. Er moet een notariele akte opgemaakt worden en er moet kapitaal aanwezig zijn. Door de fraude van Ter Borg heeft hij dit kapitaal niet. Met behulp van zijn schoonvader, Steven Kroes, die Piet in de oorlog heeft leren kennen als een man naar zijn hart, lukt het toch om een startkapitaal bijeen te krijgen en kan de N.V. van start gaan.


Verkoop confectie:
Een maand na de oprichting van de N.V. verkoopt Piet zijn confectie. De redenen van de verkoop zijn mij niet bekend. Heeft dit te maken met de gezondheidstoestand van Piet? Kan Piet in zijn eentje, de administratieve kant van de zaak niet draaiende houden? Hij heeft dat nooit geleerd en eerst deed Ter Borg dat altijd. Of ziet hij het in Nederland, na al die teleustellingen, helemaal niet meer zitten en wil hij emigreren?


Emigratieplannen:
Op een zondagmorgen, na de kerk, gaan Annie en Piet, met de kinderen op bezoek bij een zuster van Piet, genaamd Jaantje. Zij is gehuwd met Jan Meijer. Jan Meijer is melkboer en ziet in Nederland ook geen toekomst meer. Hij wil met zijn vrouw emigreren naar Canada.
Er wordt in die tijd, door de Canadese regering veel reclame gemaakt om een nieuwe toekomst op te bouwen in dat land.


"Piet, ga ook mee naar Canada. Je hebt er zo een zaak op poten gezet! De mogelijkheden zijn onbegrend. Wij hebben ons al aangemeld. Dus als alles goed gaat, zijn we dit jaar, of volgend jaar al vertrokken!"


Dat niet iedereen in de familie enthousiast is, kun je wel begrijpen. Met name de ouders van Jaantje en Piet en de broers en zussen, vinden de stap die Jaantje en Jan maken onverantwoordelijk en onbegrijpelijk.


Op weg naar huis is Piet enorm enthousiast en spreekt met Annie vol vuur over een mogelijke emigratie. Annie ziet dit niet zitten. Zo ver van haar moeder en zussen vandaan.....Maar Piet blijft aandringen. Hij wil een nieuw leven beginnen en al de teleustellingen van de afgelopen jaren snel vergeten.


Jan en Jaante bij hun vertrek naar Canada (Zwaaiend midden op de foto)

Jan en Jaantje zijn al naar Canada vertrokken, wanneer uiteindelijk Annie toegeeft. Enthousiast beginnen ze de Engelse taal te leren en op een dag gaat de hele familie voor een keuring naar Den Haag.  Enige weken later komt er een brief aan de Schouwinkstraat van de emigratiedienst. Daarin staat dat Piet en de kinderen gezond zijn verklaard en naar Canada kunnen. Alleen op de longfoto's van Annie, is een onregelmatigheid te zien. Men weet niet of dit een fout is in de foto of daadwerkelijk iets bijzonders. Ze moet dus terug naar Den Haag voor een nieuwe foto.


Geheel in paniek, zich van alles in het hoofd halend, weigert Annie naar Den Haag te gaan. Dus de emigratie gaat niet door. Later in het ziekenhuis in Enschede werd geconstateert dat er met Annie niets aan de hand was, maar Annie, die toch al niet graag ging, laat zich niet meer overhalen.....


Huwelijksfeest:
In april 1955, vieren Annie en Piet hun twaalf en een half jaarig huwelijksfeest. Piet handelt in textiel en voor zover dit na te gaan is, doet hij dat "handje contantje".
Via zijn goede cantacten, bij de fabrikanten rollen textiel kopen en dit aan de marktkooplui doorverkopen. Niet op papier, alles vanuit de broekzak.


Vakantie naar Duitsland:
In de zomer van het jaar 1956, dus 11 jaar na het beeindigen van de oorlog, gaan Annie en Piet, samen met Tonnie, de zuster van Annie en haar man Jan Meijer, voor het eerst op vakantie naar Duitsland en wel naar Heidelberg.

Piet op de camping in Heidelberg (Dl), voor zijn auto.


Geboorte vierde kind:
Op 11 juni 1958, wordt nog een dochtertje geboren, genaamd Yvonne Ingrid. Alhoewel het een nakomertje is, zijn Annie en Piet enorm blij met hun kleindochter.


Yvonne ong. 1 jaar oud.
Textielindustrie gaat onderuit:
In de periode na 1960, gaat het met de textielfabrieken in Enschede steeds slechter. Steeds meer productie wordt gedaan door de z.g. "goedkope landen". De hele textiel-industrie in Nederland loopt zo langzamerhand op z'n end.
Natuurlijk merkt Piet dit als eerste en kan nauwelijks zijn gezin onderhouden.

Het werken wordt hem toch steeds moeilijker door zijn onbekende ziekte, want Piet is het zo langzamerhand duidelijk dat hij iets onder de leden heeft. Alleen weet hij niet wat.

Werken in de fabriek in Emmen:
De jongste broer van Piet, Johan, heeft samen met zijn vrouw Riek, ook een Canada-avontuur achter de rug. Hij is weer teruggekomen, zoekt werk en wil solliciteren bij de AKU in Emmen (De huidige Enka), ploegendienst. Voor een woning wordt gezorgd. Vast werk, goed pensioen en alle verzekeringen.

Omdat Piet ook niet weet hoe het verder moet, besluit ook hij te solliciteren.
Daarna krijgen ze een sollitatiegesprek. De medewerker van personeelszaken van de fabriek, zegt na beeindiging van het gesprek tot Piet:
"Wat u mij allemaal over uzelf heeft verteld, hebt u meer verdiend dan hier te komen werken!"
Piet antwoordt hierop: "Moeten is ook wat?"
Zowel Piet, als Johan worden aangenomen. Vlak bij elkaar krijgen ze een woning, aan de Veldlaan te Emmen.

Het werken van Piet, in de ploegendienst, duurt niet lang. Dit is te slopend voor hem, daarom gaat hij in de dagdienst. Een financiele aderlating is dit wel, met 4 kinderen.

25-jarig huwelijksfeest:
Dan, op 17 oktober 1967, zijn Annie en Piet 25 jaar getrouwd. Geld om een groot feest te houden, is er niet. Ze besluiten dit te vieren in de huiselijke kring.


Kort na hun 25 jarig huwelijksfeestje, aan de Veldlaan te Emmen.

Ziekte slaat in alle hevigheid toe:
Korte tijd na dit feestje krijgt Piet een enorme aanval van zijn ziekte en hij geneest ook niet helemaal. Hij moet zich tijdens het lopen overal aan vasthouden.

Begin februari 1968, wordt hij voor onderzoek in het ziekenhuis opgenomen. Ook nu worden geen afwijkingen gevonden, behalve dat Piet gebrek heeft aan eiwitten. Hij krijgt een eiwitrijk dieet en krijgt medicijnen die speciaal voor hem in het buitenland zijn besteld. Tevens krijgt hij massages en bewegingstherapie.
Langzaam knapt hij op en voelt hij zich weer sterker worden. Annie daarintegen, zit geestelijk in een dal. Het bevalt haar in Emmen niet. Is te ver bij haar moeder en zussen vandaan.

Piet voelt zich daarintegen, eind februari 1968 zo goed, dat hij weer aan het werk wil. Begin maart krijgt hij te horen dat hij minstens een maand thuis moet blijven. Voor hem is dat een teleurstelling, maar hij weet ook wel beter.......

Afkeuring en terug naar Enschede:
Een jaar later krijgt Piet te horen dat hij waarschijnlijk definitief wordt afgekeurd om nog langer te werken.  Wanneer in de zomer de afkeuring definitief is, wil Annie zo snel mogelijk terug naar Enschede.  Op 21 november 1969, vertrekken ze dan weer naar Enschede. Gejo is al uit huis. Steef die werk in Emmen heeft, wil daar blijven, dus alleen de kinderen Hans en Yvonne gaan mee.

Piet krijgt te horen dat hij M.S. heeft:
Begin 1972, krijgt Piet dan eindelijk te horen welke ziekte hij heeft. Hij heeft multiple sclerose, zijnde een ongeneselijke ziekte die langzaam, maar zeker het centrale zenuwstelsel aantast. Het lopen gaat hem steeds moeilijker en krijgt steeds vaker aanvallen, waardoor hij het bed moet houden.


In deze periode ligt Piet veel op bed.
Verhuizing naar aangepaste woning:
Op 28 augustus 1974, krijgen ze in Hengelo (O), aan het Rande 1, een aangepaste woning, daar komt Piet ook definitief in de rolstoel. Financieel hebben ze het niet rooskleurig en kunnen geen kant op.

Strijd om een beter inkomen:
Dan begint een hele brievenschrijverij naar de Stichting '40 - '45, om een betere uitkering te krijgen. Onder andere de toenmalige vervangend Knokploegchef voor Oostnederland, Joop Abbink, zet zich enorm voor Piet in. Verder schrijft zijn oude maat Harry Saathof nog brieven....

Piet breekt been:
In de maand maart 1978, wordt Piet, voor nader onderzoek opgenomen, in het ziekenhuis in Hengelo(O). Ondanks dat hij slecht te been is, probeert hij toch lopend, de toilet op de gang te bereiken. Hij komt ten val en het noodlot slaat toe. Hij breekt een been. Bij normale mensen, na een paar weken weer genezen, maar voor Piet een lijdensweg. Z'n been wordt verkeerd gezet en is nadien centimers korter dan de ander.

G.B.Benning zet de financiele strijd voort:
Terwijl Piet nog met zijn gebroken been in het ziekenhuis ligt, doet de heer G.B. Benning, andermaal een poging financieel iets voor Piet en Annie te doen. Dit keer schrijft hij niet naar de Stichting '40 - '45, maar rechtstreeks naar de Buitengewone Pensioenraad, afdeling pensioenrechten, Voskuilenweg 131 te Heerlen. De brief, die gedateerd is op 28 april 1978, is gericht aan de heer Schuller. Kennelijk heeft de heer Benning beet, want kort daarop heeft Piet een gesprek met iemand van de Buitengewone Pensioenraad en wordt een constructie "misgelopen promotiekansen" opgezet, die uiteindelijk resulteert in een forse pensioenverhoging voor Annie en Piet.

Verhuizing binnen Hengelo(O)
Ook krijgen Annie en Piet binnen Hengelo weer een andere woning, omdat de lift, die in de woning aan de Rande aanwezig is, een probleem vormt. Ze komen, op 23 april 1980, te wonen aan de Aaltje Noorderwierstraat 109 te Hengelo (O).

Piet breekt andermaal een been:
Nu de geldzorgen voorbij zijn boeken Annie en Piet een vlucht naar de Canarische eilanden. In het vliegtuig stunt Piet weer op dezelfde wijze als hij in het ziekenhuis gedaan heeft. Hij wil naar de toilet, alhoewel hij niet lopen kan. Hij valt in het gangpad. Uiteindelijk in een ziekenhuis op Cran Canaria blijkt dat hij andermaal zijn been heeft gebroken.
Vanaf die tijd is hij geheel gebonden aan aan de rolstoel.


Piet tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis in Cran Canaria, later werd de foto door Annie als kerstkaart gebruikt.


40-jarig huwelijksfeest:
Op 17 oktober 1982, zijn Annie en Piet 40 jaar getrouwd en bieden de kinderen een reis aan naar Mallorca.


Familiefoto i.v.m. het 40-jarig huwelijksfeest van Annie en Piet.

Sinds Piet alleen in de rolstoel zit en hij daar vrede mee heeft, gaat het beter met hem. Niet lichamelijk, maar zijn humeur, komt terug. Hij heeft zich neergelgd bij het feit dat hij ziek is. Alhoewel hij steeds vergeetachtiger wordt en steeds vaker dezelfde dingen vraagt, is zijn aanwezigheid altijd gezellig. Twee favoriete vakantielanden hebben zij, waar zij elk jaar wel een paar keer in vinden zijn. Aleen zijn dit verzorgde reizen compleet met medische verzorging. Zij kunnen dit nu wel betalen.


Op de foto links het Oostenrijkse Fieberbrunn en rechts Fuengerola in Zuid - Spanje.

Zijn laatste jaar:

Dan breekt het jaar 1991, aan. Annie en Piet hebben in mei een vakantie geboekt, doch deze kan geen doorgang vinden, omdat Piet een soort algehele spierverlamming heeft. Uiteindelijk wordt Piet weer voor onderzoek opgenomen in het ziekenhuis. Na verloop van enkele weken, wordt aan Annie medegedeeld dat het ziekenhuis geen bestemming is voor een patient als Piet. Hij kan wel weer in de rolstoel, maar moet daar in getild worden. Op de vraag van Annie hoe zij zich dat voor moet stellen, gaat de zaak aan het rollen en uiteindelijk komt er als enige mogelijkheid naar voren dat Piet in een verzorgingstehuis moet worden opgenomen.

Opname in het P.C. Borsthuis:
In de zomer van 1991, wordt Piet opgenomen in het P.C.Bortshuis te Hengelo (O), zijnde een verpleeghtehuis.

Alhoewel de patienten in dit verpleeghuis grote vrijheden hebben, voelt Piet zich er doodongelukkig, dit ondanks het vele bezoek dat hij van zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen, familie, vrienden en bekenden ontvangt.
Tegen mij zei hij regelmatig, bij ons bezoek aan hem:

"Hé, rijdt de auto voor, dan gaan we naar huis. Ik zit hier tussen gekken!"
Na hem uitgelegd, geprobeerd te hebben dat dat geen optie is en dat hij thuis nooit meer uit zijn bed zou kunnen komen, bemerk ik elke keer dat hij dat geen argument vindt om hem daar te laten.



Piet in zijn rolstoel in het P.C. Borsthuis te Hengelo (O)

De laatste dagen:
In de maand november van dat jaar belt Annie haar kinderen, met de mededeling, dat vader een insult heeft gehad en is er slecht aan toe is. Artsen geven te kennen dat zijn toestand zeer slecht is. Hij heeft een longontsteking omdat hij het vocht in zijn mond niet goed meer weg kan slikken.


Uiteindelijk, eind november, moet een keus gemaakt worden. Piet aan het infuus te laten, waardoor hij iets langer leeft, of beter gezegd, langer moet lijden, omdat hij er niet meer bovenop zal komen.
De arts vraagt dan toestemming om van infuustoediening af te zien, zodat Piet in vrede zou kunnen sterven.
Na lang aarzelen verleent Annie toestemming.......
 
Op 5 december 1991, de verjaardag van Sint Nicolaas en van zijn kleindochter Michelle Middelkamp, kwam een einde aan het leven van Piet Alberts, in de oorlogsjaren bij de mensen beter bekend als "Blonde Piet". 


Een overdenking van onze moeder Annie voor onze vader Pieter Alberts.....

De laatste uren voor het einde,
dan wordt die grote wereld klein.
Is alles plotseling onbeduidend,
tot aan het laatste beetje pijn.
Wat wij zo indrukwekkend vonden,
verliest zijn glans, verliest zijn zin.
Maar achter de gesloten ogen glanst
een gigantisch nieuw begin!


Bron:
www.blondepiet.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

<>Vakantie vanaf Brussel Airport